NT2-niveaus


Hieonder ziet u een overzicht van de verschillende taalniveaus.

A1 Beginnend taalgebruiker

Luisteren

U begrijpt vertrouwde formuleringen en eenvoudige zinnen als deze langzaam en duidelijk worden uitgesproken.
Lezen
U begrijpt vertrouwde woorden en eenvoudige zinnen in standaardteksten.
Spreken
U kunt zich uitdrukken met losse woorden en korte zinnen over concrete persoonlijke zaken.
Schrijven
U kunt losse woorden invullen in formulieren en korte teksten schrijven.


A2 Beginnend taalgebruiker


Luisteren

U begrijpt de belangrijkste delen van korte en eenvoudige boodschappen als er langzaam en duidelijk gesproken wordt.
Lezen
U kunt korte en eenvoudige teksten lezen over concrete onderwerpen uit uw eigen leef-en werkomgeving.
Spreken
U kunt korte gesprekken voeren in standaardsituaties. U kunt vragen stellen en beantwoorden en informatie uitwisselen over alledaagse situaties.
Schrijven
U kunt korte, informele teksten, zoals briefjes schrijven.

B1 Onafhankelijk taalgebruiker

Luisteren

U kunt feitelijke informatie over veel voorkomende onderwerpen uit het dagelijkse leven en werk begrijpen.
Lezen
U kunt feitelijke teksten over onderwerpen uit uw eigen leef- en werkomgeving met een redelijke mate van begrip lezen.
Spreken
U kunt met redelijk gemak deelnemen aan gesprekken over onderwerpen uit het dagelijkse leven en die gericht zijn op het onderhouden van contact en het regelen van zaken.
Schrijven
U kunt eenvoudige samenhangende teksten schrijven over vertrouwde onderwerpen in het dagelijkse leven.


B2 Onafhankelijk taalgebruiker

Luisteren
U kunt meer complexe informatie over onderwerpen uit het dagelijkse leven en de wereld van opleiding en beroep redelijk begrijpen.
Lezen
U kunt veel verschillende teksten op het eigen vak-of interessegebied begrijpen.
Spreken
U kunt effectief deelnemen aan (semi-)formele en informele gesprekken over onderwerpen van praktische en beroepsmatige aard. In een discussie kunt u uw mening geven en met argumenten onderbouwen.
Schrijven
U kunt een gedetailleerde tekst schrijven over verschillende onderwerpen in het dagelijkse leven, het beroepsleven en voor opleidingen.


C1 Vaardige taalgebruiker

Luisteren

U kunt uitgebreide betogen over complexe en abstracte onderwerpen volgen zelfs buiten het eigen interessegebied. U kunt ook veel idioom en spreektaaluitdrukkingen begrijpen.
Lezen
U kunt tot in detail lange, complexe teksten begrijpen, waaronder ook specialistische artikelen en technische instructies op uw eigen vakgebied of voor een geïnteresseerde leek.
Spreken
U kunt zich vloeiend en spontaan uitdrukken. U kunt de taal flexibel voor verschillende doeleinden gebruiken.
Schrijven
U kunt duidelijke, goed gestructureerde teksten schrijven over complexe onderwerpen op het gebied van uw werk, opleiding en privéleven.

C2 Vaardige taalgebruiker


Dit is het hoogste taalniveau en het staat gelijk aan dat van een native speaker.

Nederland kent drie officiële examens om het taalniveau te toetsen. Dat zijn:
Het inburgeringsexamen; dat staat gelijk aan niveau A2.
Het staatsexamen programma I; dit staat gelijk aan niveau B1.
Het staatsexamen programma II; dit staat gelijk aan niveau B2.